14 BRUGGEN VOOR HOUTHAVEN en ERIDANOS
In samenwerking met Verburg Hoogendijk Architekten en Parklaan Landschapsarchitecten in opdracht van gemeente Amsterdam
Brug nr.276 uit 1930 van architect Piet Kramer overspande de Oostertoegang vlak bij het Centraal Station in Amsterdam, maar moest in het begin van deze eeuw wijken voor de aanleg van de IJtram.
Ondanks de robuuste functionaliteit van de vier heftorens klinkt op een subtiele manier de expressionistische beeldtaal door van de Amsterdamse School. De herbouw van deze brug als Gevlebrug in Houthaven legt de verbinding tussen de architectuur van de Spaarndammerbuurt en het functionaliteit van het post-industriële Houthaven.
Voor ons is hiermee de toon gezet; de 14 nieuw te bouwen bruggen voor Houthaven moeten een sobere functionaliteit koppelen aan een stijlvolle vormgeving met oog voor detail, materialiteit, intimiteit en sfeer.
Geinspireerd op de typologie van de klassieke Kramerbruggen maken we ornamenten op de koppen van de pijlers. Geïnspireerd op de versieringen van beeldhouwer Hildo Krop, waar Kramer vaak mee samenwerkte, zijn dit als de logische voortzettingen van de vormentaal van de pijlers gefacetteerde objecten.
ERIDANOS (Barnsteenrivier) is de mythologische benaming van een rivier die vroeger in het gebied van de huidige Oostzee. Barnsteen is gefossiliseerd hars dat miljoenen jaren geleden uit de stammen van naaldbomen is ‘gebloed’. De naaldbomen groeiden met name in het gebied rond de Oostzee en de Baltische Zee. Het is heel goed denkbaar dat tijdens het Saaliën (de voorlaatste ijstijd) barnsteentjes met het oprukkende landijs vanuit het Oostzeegebied naar het zuidwesten zijn verplaatst. De begrenzing van het landijs liep destijds, vertaald naar de huidige topografie, tot de lijn Haarlem-Nijmegen. Dat wil zeggen dat het landijs ter hoogte van Amsterdam ook stukjes barnsteen in de bodem heeft afgezet.
Massief glazen objecten op de koppen van de pijlers, geproduceerd door glasatelier Tetterode te Amsterdam, roepen de associatie op met ijs, permafrost. De kwaliteit van het glas is kristalachtig, letterlijk ‘glashelder’ en heeft van zichzelf geen kleur. In de objecten zitten barnsteenkleurige objectjes, ingekapseld in het massieve glas, als verwijzing naar het gefossiliseerde hars dat ooit uit de prehistorische naaldbomen bloedde.